De Bärentrek

De Bärentrek wordt door sommigen omschreven als de mooiste trektocht van Zwitserland. De route komt langs iconische bergen als de Eiger (3.970m), Jungfrau (4.158m) en Mönch (4.107m). Op de Bärentrek ben je verzekerd van mooie vergezichten.

De etappes

Meiringen – Grindelwald
Grindelwald – Lauterbrunnen
Lauterbrunnen – Griesalp
Griesalp – Kandersteg
Kandersteg – Adelboden
Adelboden – Lenk
Lenk – Lauenen
Lauenen – Gsteig

Meiringen – Grindelwald

23 kilometer, 1.500 meter klimmen, 1.100 meter dalen.

Vanuit Meiringen klimt de route langs de Reichenbachfall (bekend van Sherlock Holmes) naar de Gschwantenmad, een plateau dat omringd wordt door hoge bergen als de Wellhorn (2.967m) en Wetterhorn (3.692m) met daar bovenop de Rosenlaui gletsjer. Je weet gelijk waarom deze regio populair is bij kunstenaars. De route volgt de Rychenbach verder stroomopwaarts. Na zo’n vijf uur lopen kom je aan op de 1.962 meter hoge Grosse Scheidegg. Vanaf de top heb je bij mooi weer zicht op onder andere de 1.800 meter hoge noordwand van de Eiger (3.970m). De afdaling naar Grindelwald is makkelijk en slingert door het weiland naar het centrum van Grindelwald.

Alternatief: tussen Meiringen en Grindelwald rijdt er een Post Bus waarmee je een deel van de route kunt overslaan.

Afdaling van de Grosse Scheidegg met uitzicht op de Eiger (in de wolken)

Grindelwald – Lauterbrunnen

20 kilometer, 1.200 meter klimmen, 1.400 meter dalen

De route verlaat Grindelwald over een smalle maar zeer steile asfaltweg. Langzaam loop je naar de voet van de noordwand van de Eiger. De Eiger is in 1858 voor het eerst beklommen, maar het zou tot 1938 duren voordat de noordwand voor het eerst werd beklommen. De klim gaat voornamelijk over asfalt en grindpaden naar de Kleine Scheidegg (2.061). Vanaf de pas heb je een fantastisch uitzicht op de Eiger (3.970m), Mönch (4.107m) en de Jungfrau (4.158m). De afdaling volgt een breed grindpad, maar dat geeft je wel de gelegenheid om veel naar links te kijken, waar je constant een schitterend uitzicht hebt op bergen en gletsjers. De afdaling van Wengen naar Lauterbrunnen gaat over een steile grindweg. Onderweg krijg je het iconische panorama te zien waar Lauterbrunnen bekend om staat.

Alternatief: vanuit Grindelwald rijdt er een tandradbaan (trein) naar de Kleine Scheidegg en vanaf de Kleine Scheidegg rijdt er een tandradbaan naar Lauterbrunnen waarmee je een deel van de route kunt overslaan.

Uitzicht op de Jungfrau

Lauterbrunnen – Griesalp

22 kilometer, 2.000 meter klimmen, 1.400 meter dalen

De klim van Lauterbrunnen naar Mürren gaat over een steil pad door het bos. Het uitzicht op de Jungfrau aan de andere kant van de vallei blijft adembenemend mooi. In Mürren wordt het pad wat makkelijker. Onderweg naar de Rotstockhutte volgt nog één pittig klimmetje, maar verder gaat het pad valsplat omhoog. Na de Rotstockhutte volgt een pittige klim. Naarmate je hoger komt, wordt het steeds steiler. De laatste meters gaan over een trap naar de Sefinenfurgge pass op 2.611 meter hoogte. Het uitzicht over het Kiental is fantastisch. De afdaling begint met een lange trap langs de rotswand en gaat over in een steil grindpad over een puinhelling. Na ongeveer een uur lopen kom je op een grindweg die je helemaal tot in Griesalp volgt.

Alternatief: Mürren is vanuit Lauterbrunnen ook per trein te bereiken. Je slaat dan zo’n 800 meter klimmen over.

Laatste meters van de klim naar de Sefinenfurgge pass

Griesalp – Kandersteg

17 kilometer, 1.450 meter klimmen, 1.700 meter dalen

Vanuit Griesalp loop je eerst nog even tussen de bomen, maar al snel klim je boven de boomgrens uit. De klim wordt steeds steiler. De laatste 300 hoogtemeters gaan over trappen naar de 2.778 meter hoge Hohtürli pass. Vanaf de pas kun je nog iets verder doorklimmen naar de Blüemlisalp Hut (gelegen op 2.836 meter hoogte). Vanaf de pas / hut heb je een geweldig uitzicht op onder andere de Wildi Frau (3.273m) en de Blüemlisalpgletsjer die naast de hut ligt.

Kamperen met uitzicht op de Blüemlisalpgletsjer

De afdaling is relatief eenvoudig: een grindpad volgt de morenen van de Blüemlisalpgletsjer naar de Oeschinensee. Volgens velen het mooiste bergmeer van Zwitserland. En mooi is het zeker: blauw water met 500 meter hoge rotswanden die uitkomen op de oever van het meer. Het  kan wel erg druk zijn bij de Oeschinensee. Vanaf de Oeschinensee volg je de Oschibach over een breed grindpad naar Kandersteg.

Alternatief: Je kunt ook de kabelbaan nemen naar Kandersteg. Vanaf het Berghotel (1.597m) moet je dan wel weer zo’n 100 meter naar het kabelbaanstation klimmen op 1.683m. Vanaf het Berghotel rijdt er ook een bus die je naar de kabelbaan kan brengen.

Oeschinensee, vlak voor Kandersteg

Kandersteg – Adelboden

16 kilometer, 1.450 meter klimmen, 1.250 meter dalen

Vanuit Kandersteg zijn de eerste kilometers vlak. Net voorbij het International Scouting Centrum begint de klim naar Ussere Üschene, een grote Alpenweide waar het pad weer afvlakt. Voor even maar, want er volgt een zeer steile klim van zo’n 400 hoogtemeters. Kijk vooral nog even achterom, je hebt namelijk zicht op de Oeschinensee en kunt zelfs de Blüemlisalphut zien liggen. De klim gaat nog even door. Laat je niet misleiden door een toppaal die in de verte opdoemt: dit is de toppaal van een andere pas. De route buigt vlak voor je deze paal bereikt namelijk naar links om via een lange puinhelling verder te klimmen naar Bunderchrinde (2.382 m). De eerste meters van de afdaling zijn belachelijk steil en een ware aanslag op je knieën. Gelukkig wordt het na zo’n 6 haarspeldbochten wat beter en kun je weer enigszins normaal lopen. Via een grindpad, weiland en bos loop je naar Adelboden. In Adelboden volgt vervolgens nog een pittig klimmetje via een asfaltweg om in het centrum te komen.

Via Alpina nabij Kandersteg

Adelboden – Lenk

14 kilometer, 700 meter klimmen, 1.000 meter dalen

Adelboden is zowel in een de winter als in de zomer een toeristische bestemming. Behalve wandelen en skiën zijn er tal van outdooractiviteiten te doen. Niet gek dat het er dan ook zo druk is. Vanuit Adelboden loopt de route over makkelijke grind- en asfaltwegen en volgt het de route van de kabelbaan naar de 1.949 meter hoge Hahnenmoosspass. Vanaf de pas kijk je naar het zuiden uit op de drie toppen van de 3.240m hoge Wildstrubel. De afdaling naar Lenk is makkelijk en loopt over grindpaden langs vele houten chalets. Vlak voor Lenk volgt nog even een wat steiler pad door de weilanden en het bos.

Alternatief: vanuit Adelboden kun je de kabelbaan nemen naar Adelboden Bergläger. Let op: de kabelbaan gaat gelijk door naar de Sillerebüel, vergeet dus niet om uit te stappen. Vanaf Geils kun je de kabelbaan naar de Hahnenmoosspass nemen.

Via Alpina volgt glooiende grindpaden

Lenk – Lauenen

15 kilometer, 980 meter klimmen, 810 meter dalen

De route verlaat Lenk via een steile klim over een skipiste. Daarna volgt de route de Wallbach stroomopwaarts. Eerst door het bos, maar nadat de Wallbach wordt overgestoken door de weilanden naar de top van de 2.033 meter hoge Trüttlisbergpass. De afdaling van de Trüttlisbergpass is op sommige plekken redelijk steil. Na zo’n anderhalf tot twee uur bereik je het centrum van Lauenen.

Lauenen – Gsteig

7 kilometer, 420 meter klimmen, 480 meter dalen

Vanuit Lauenen klimt de route via een skipiste omhoog. Daarna volgt een relatief makkelijke klim door het bos naar de Chrinepass op 1.659 meter hoogte. Het begin van de afdaling volgt de Chrinebach, maar komt al snel uit op een weg. De weg slingert naar beneden, waarbij de route af en toe de bochten door het weiland afsnijdt. Via de Chrinestrasse en de Saalistrasse loop je het centrum van Gsteig in.

Wij hebben de Via Alpina gelopen die dezelfde route volgt als de Bärentrek. Je leest hier onze ervaringen.

Wat is het mooiste deel?

Het mooiste deel van de Bäretrek zijn de etappes tussen Grindelwald en Kandersteg. De etappes komen langs iconische bergen als de Eiger (3.970m) en de Jungfrau (4.158m) en komt over de hoge bergpassen als de Sefinenfurgge (2.611 m) en Hohtürli (2.778 m). Dus zit je krap bij tijd, dan kun je de route makkelijk inkorten. Grindelwald en Kandersteg zijn bovendien goed te bereiken met de trein.

Wandelen met de Jungfrau, Eiger en Monch op de achtergrond

Alternatieve route

Vanuit Lenk gaat de Bärentrek naar Lauenen en Gsteig. Je kunt vanuit Lenk echter ook Route #1 over de Trüttlisbergpass naar Gstaad volgen. Lenk – Gstaad is een etappe van 22 kilometer met 1.150 hoogtemeters. Na de Trüttlisbergpass loop je over makkelijke grindpaden door de Turbach vallei naar Gstaad. Volg hiervoor de Route #1 bordjes naar Gstaad. In Gstaad is het vervolgens veel makkelijk om het vervolg van je reis te plannen, aangezien Gstaad een grote stad is met veel bus en trein aansluitingen.

Wanneer kun je de Bärentrek lopen?

De Bärentrek is alleen in de zomermaanden te lopen. De route passeert namelijk diverse bergpassen van 2.000 meter of hoger, namelijk de Grosse Scheidegg (1.962 m), Kleine Scheidegg (2.061 m)

Sefinenfurgge (2.611 m), Hohtürli (2.778 m), Bunderchrinde (2.382 m), Hahnenmoospass (1.936 m) en de Trütlisbergpass (2.036 m). In het voorjaar tot eind juni en in het najaar vanaf eind september is de kans dat er op deze passen sneeuw ligt erg groot. De beste periode om de Bärentrek te lopen is daarom van juli tot september, maar zelfs dan kun je nog sneeuw tegenkomen.

Kom je beren tegen?

Hoewel de naam Bärentrek anders doet vermoeden, kom je op deze route geen beren tegen. Het is namelijk een verwijzing naar vroegere tijden, toen er nog wel beren leefden in dit gebied. De laatste beer is echter lang geleden gesignaleerd (en afgeschoten). Wat je wel tegenkomt? Bergmarmotten, gemzen, alpensalamanders (van die zwarte), arend en nog veel meer (oja, en mensen niet te vergeten…).

Is de Bärentrek gemarkeerd?

De Bärentrek volgt tot net voorbij Lenk de Route #1 (Nationale wandelroute nr. 1 van Zwitserland) die op zijn beurt identiek is aan de Via Alpina. Route #1 is goed gemarkeerd met gele borden waar Route #1 / Via Alpina op staat aangegeven. Vanaf de Trüttlisbergpass volg je de borden naar Lauenen, Chrinepass en Gsteig.

Routebordje van de Via Alpina

Kamperen of in een hut?

Dit is waar je persoonlijke voorkeur naar uit gaat. Kamperen geeft je meer vrijheid omdat je boven de 2.000 meter in Zwitserland mag wildkamperen (uitgezonderd de regio rond Griesalp en de Oeschinensee). Maar dan moet je wel extra kilo’s meeslepen op de toch al zware tocht. Daarom is voor velen een huttentocht wellicht een beter idee. Houdt er echter rekening mee dat hutten als de Blüemlisalphut nabij de Hohtürlipass maanden van de tevoren volgeboekt zijn.

Gepubliceerd op vrijdag 19 april 2024.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *