Reisfotografie: neutral density filter

Een wat? Dat zal menig lezer zich afvragen bij het lezen van de titel. Toch is een neutral density filter eigenlijk een must voor iedereen die zich (reis)fotograaf noemt. Waarom? Omdat neutral density filters eigenlijk één van de weinige filters zijn die je echt tijdens het fotograferen moet gebruiken. Veel andere filters kun je tegenwoordig namelijk ook in de nabewerking op de computer toepassen. Los van dat, geeft een neutral density filter een heel mooi effect aan je foto.

Wat is een neutral density filter?

Een neutral density filter, kortweg ND-filter (in het Nederlands een grijsfilter) is eigenlijk een zonnebril voor je camera. Met behoud van kleur, stopt de filter een bepaalde hoeveelheid licht met als gevolg dat je een langere sluitertijd (of hogere ISO-waarde, groter diafragma, etc.) moet gebruiken.

Neutral Density Filter in gebruik

Waarom zou je een ND-filter gebruiken?

Menig persoon kent de nachtelijke foto's van voorbij razende auto's wel; met van die mooie lichtsporen. Dit komt doordat je een langere sluitertijd nodig hebt om voldoende licht op de sensor van de camera te laten vallen. Wil je dit zelfde effect overdag krijgen, dan is er te veel licht om een lange sluitertijd (of groter diafragma) te gebruiken. Dus om een overbelichte foto te voorkomen, gebruik je een neutral density filter. Hierdoor zijn neutral density filters erg populair bij timelapse fotografen omdat zij juist een klein beetje beweging nodig hebben in hun foto om een vloeiende video te produceren. Landschapsfotografen gebruiken ND-filters om bijvoorbeeld water een mistachtig effect te geven en architectuur fotografen gebruiken sterke ND-filters zodat je door een extreem lange sluitertijd geen mensen meer op de foto ziet.

Welke ND-filter heb je nodig

ND-filters zijn er in veel verschillende soorten en maten. Om het makkelijk te maken gebruikt iedere fabrikant zijn eigen methode om de sterkte van de filter aan te geven. Een ND2 heeft bijvoorbeeld een optische dichtheid van 0.9 een f-stop van 1 en een lichtdoorlaatbaarheid van 50%. Ongeacht wat de fabrikant aangeeft, het komt allemaal op het zelfde neer. Met een ND2 filter, zul je namelijk 1 stap in je camera instelling terug moeten. Bijvoorbeeld je sluitertijd van 1/250s naar 1/125s óf je diafragma van f4.0 naar f2.8 óf je ISO-waarde van 100 naar 200. Hoe sterker de filter, hoe meer stappen je terug zult moeten. Onderstaand schema geeft dit goed weer.

tabel

Er bestaan ook variabele ND-filters. Dit zijn eigenlijk twee polariserende filters die over elkaar heen draaien en daardoor de sterkte van de filter aanpasbaar maken. Klinkt ideaal, maar is het alles behalve. Variabele filters kennen namelijk een groot nadeel: als je een variabele ND-filter op een groothoek lens gebruikt, heb je al snel last van een groot kruis in het midden van de foto (veroorzaakt door de twee polariserende lensen die over elkaar heen draaien). Een effect dat je echt niet wilt hebben en ook niet op te lossen is in de nabewerking. Gewoon losse filters gebruiken dus, ook al betekent dat wel wat meer gesleep met spullen maar dat is het dan waard.

Reisfotografie

ND-filters zijn wat ons betreft dus echt een must voor (reis)fotografen. Als je een ND-filter eenmaal weet te gebruiken kun je namelijk schitterende foto's maken van landschappen. Met name bij het fotograferen van kustlijnen en watervallen krijg je met een langere sluitertijd een heel mooi mystiek effect.

Vergelijkbare posts:

Er zijn nog geen reacties

Plaats een reactie: