Met de fiets op vakantie: welke fiets?

Dat wij verzot zijn op fietsen, dat staat vast. Waar we ook komen, overal proberen we wel een fiets te huren. Op een gegeven moment begint het echter te kriebelen: waarom geen fietsvakantie? Een fietsvakantie geeft je de mogelijkheid om natuur en cultuur optimaal te ervaren. Zo kun je op plekken komen waar je met de auto niet kunt komen en leg je makkelijk contact met de lokale bevolking. In principe kun je met iedere fiets op vakantie. Wij beperken ons hier tot de meest gangbare keuze. Globaal genomen zijn er drie typen fietsen, namelijk de wielrenfiets, hybride (luxe stadsfiets), trekkingfiets (vakantiefiets).

Wielrenfiets

Wielrennen is ongekend populair in Nederland. Weinig mensen gebruiken hun wielrenfiets echter om mee op vakantie te gaan. Hoewel dit prima zou kunnen! Oké, je kunt niet heel veel bagage meenemen, maar voor een paar dagen hoeft dat ook niet. Bagage kun je meenemen in een kleine rugzak, of soms kan een achterdrager gemonteerd worden waar je wat bagage op kunt bevestigen. Veel bagage kun je echter niet meenemen omdat de fiets daar niet voor gemaakt is (wielen, naaf en frame zijn niet gemaakt om bagage te kunnen dragen). Bovendien kun je wel veel kilometers maken met een wielrenfiets, maar is deze door het materiaal en de banden, alleen geschikt voor gebruik op de verharde wegen. Onverharde stukken weg kun je dus vergeten.

Hybride (luxe stadsfiets)

Mits deze velgremmen (V-brakes) heeft en geen trommelremmen, kun je er prima mee op vakantie. Trommelremmen worden namelijk snel warm, waardoor het remvermogen afneemt. Een afdaling in de Alpen is bijvoorbeeld al te veel voor een fiets met trommelremmen. De meeste hybride fietsen hebben een bagagedrager achter. Een voordrager wordt lastiger in verband met de vaak aanwezige vering in de voorvork. Verder is de standaard vrouwenfiets (frame met lage instap) een stuk minder stijf en gaat daardoor zwabberen bij hoge snelheid. Kortom, de hybride fiets is een prima vakantiefiets voor korte afstanden in de lage landen, maar voor de echte fietsvakantie minder geschikt.

Trekkingfiets (vakantiefiets)

Een trekking- / vakantiefiets onderscheidt zich van alle andere type fietsen doordat het frame stijver is (waardoor de fiets minder zal zwabberen in de afdaling) en de wielen sterker zijn (waardoor er minder snel spaken zullen breken). Bovendien hebben de meeste vakantiefietsen de mogelijkheid voor het monteren van voor- en achterdragers (waarbij het al snel mogelijk is om zo'n 70 liter aan bagage mee te nemen) en hebben ze iets bredere banden, waardoor je ook prima op onverharde stukken kunt rijden. Overigens geldt voor de trekkingfiets ook dat een frame met lage instap (vrouwenfiets) minder stijf is dan een herenframe. Vrouwen wordt daarom aangeraden om altijd een fiets met een herenframe aan te schaffen. Dan zijn namelijk met name de afdalingen een stuk prettiger.

Wanneer je een lange fietsvakantie gaat maken is een trekkingfiets een aanrader. Nu ben je er echter nog niet, er zijn namelijk veel verschillende soorten trekkingfietsen. Welke fiets het beste bij jou past, voel je alleen door er mee te gaan fietsen. Hieronder volgen een aantal tips die je mogelijk kunnen helpen in het maken van de keuze.

Fabrieksfiets

Fabrieksfietsen zijn de goedkoopste vakantiefietsen (vanaf zo'n 1200 euro), maar bieden logischerwijs, de minste aanpassingsmogelijkheden. Bovendien worden ze vaak niet met de beste materialen uitgerust. Denk bijvoorbeeld aan merken als Giant of Fahrradmanufaktur.

Opbouw naar wens

Dit is de meest gangbare fiets om te kiezen: al je eigen voorkeuren kun je op een standaard frame laten monteren. Zo heb je keuze uit de framemaat, 26, 28 en tegenwoordig zelfs 29 inch wielen, type naaf (rohloffnaaf, naafdynamo, etc), conventionele velgremmen, hydraulische velgremmen of schijfremmen (deze laatste zijn niet aan te raden: bij een trekkingfiets kunnen schijfremmen snel beschadigen), type stuur, standaard (voor, achter), wel of geen verlichting en nog veel meer. Prijzen voor een kale fiets beginnen rond de 1600 euro en lopen op tot boven de 4000 euro, afhankelijk van welk merk je kiest en welke opties je wilt. Kijk bijvoorbeeld eens bij Santos, Koga, Idworx, Gaastra of het Amerikaanse Co-Motion en zo zijn er nog wel meer merken te noemen.

Maar zo makkelijk is het allemaal nog niet, er zijn namelijk nog een tweetal belangrijke keuzes die gemaakt moeten worden:

26, 28 of 29 inch wielen

28 en 29 inch wielen hebben een grotere omwenteling, waardoor je per dag net iets meer kilometers zal maken dan met 26 inch wielen. Echter zijn deze banden alleen in West-Europa voorradig. In Spanje wordt het bijvoorbeeld al lastig (niet onmogelijk) om aan 28 inch banden te komen. 26 inch banden daarentegen zijn wereldwijd beschikbaar omdat dit een gangbare mountainbike maat is. Doordat de wielen wat kleiner zijn, bieden ze ook een beter stuurgedrag en zijn ze beter geschikt om mee op onverharde stukken te rijden.

Wel of geen Rohloffnaaf

Een Rohloffnaaf is een geweldig stukje techniek. 14 versnellingen waar je weinig tot geen onderhoud aan hoeft te plegen omdat ze zijn weggestopt in de naaf (alleen af en toe de olie verversen). Een groot voordeel van een Rohloffnaaf is dat je kunt schakelen terwijl je stilstaat. Nadeel van de Rohloffnaaf is dat deze een zoemend geluid maakt in de lage versnellingen (met name in het begin), waar sommige fietsers zich behoorlijk aan kunnen irriteren. Overigens is een Rohloffnaaf niet per definitie beter dan een conventioneel derailleur. Wanneer een derailleur goed wordt onderhouden, biedt deze een vergelijkbare schakelkwaliteit als een Rohloffnaaf. Alleen zit het 'm dus in dat onderhouden. Een derailleur is immers veel gevoeliger voor schade (zand, water, of gewoon door een botsing), waardoor de schakelkwaliteit van een derailleur in werkelijkheid al snel minder is dan die van een Rohlofnaaf. Twee nadelen van een Rohloffnaaf ten opzichte van een derailleur zijn: je betaalt alleen voor de naaf al zo'n 1000 euro extra betaalt en lang niet alle fietsenmakers kunnen met een Rohlofnaaf overweg, zeker in het buitenland niet. Dus mocht er onverhoopt toch iets met je fiets aan de hand zijn, dan ben je verder van huis dan met een normaal derailleur. Overigens geldt ditzelfde ook voor een Pinion aandrijving.

Onze keuze

Inmiddels is het alweer 2 jaar geleden dat wij onze keuze hebben gemaakt: wielrennen doen we graag, maar we zien onszelf niet zo snel op een wielrenfiets de wijde wereld verkennen. Een normale hybride is volgens ons niet echt een toegevoegde waarde op de fietsen die we al hadden, dus kwamen we al snel uit op een trekkingfiets. En zeg je trekkingfiets, dan zeg je vandaag de dag al snel Santos. Na verschillende proefritjes gemaakt te hebben, hebben we in maart 2014 onze eerste Santos Travelmaster 2.6 en in december 2014 de tweede Santos Travelmaster 2.6 gekocht. Nu, na samen een goede 5.000 kilometer gereden te hebben, staan we nog steeds 100% achter onze keuze. Zo hebben we nog niet één probleem met onze fietsen gehad, niet eens een lekke band!

Vergelijkbare posts:

Er zijn nog geen reacties

Plaats een reactie: